Samen de wereld beter maken
De lieve stagiaire en de dood

De lieve stagiaire en de dood

“Ik wil geen behandeling meer. Het is genoeg voor mij”

Stagiaire Lieve van Roij (1999) blogt. Van jongs af aan wist ze al dat ze de zorg in wilde. Lieve is heel gedreven, een echt ‘mensen-mens’ en volgens velen doet ze haar naam eer aan. Lees mee wat ze meemaakt in haar eerste verpleegkundestage in het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis (ETZ) in Tilburg.

Stagiaire Lieve van Roij
Stagiaire Lieve van Roij
Het lijkt me vreselijk om iemand te verliezen die dichtbij staat!

Ik zie al gelijk dat de patiënt onrustig is. Haar familieleden staan aan de rand van haar bed. Eén van haar zonen houdt haar hand vast en stelt haar gerust. "Blijf maar rustig liggen," zegt hij. Ik zie dat haar man en 2 zonen het er moeilijk mee hebben. Ze zien er vermoeid en verdrietig uit. Het doet me pijn van binnen. Zo kom je ineens op een ‘normale’ werkdag oog in oog te staan met de dood.

Een normale werkdag bestaat niet voor mijn gevoel. Toch begint iedere dag hetzelfde: ik rijd met de auto naar het ziekenhuis en start mijn dag samen met de collega die mij die dag begeleidt. Meestal is dat een van mijn 2 stagebegeleiders. We nemen de patiëntendossiers door en mijn leerdoelen voor die dag. We stemmen ook nog even af met de rest van het team.

En dan krijg je de zorg over een ernstig zieke patiënt, die terminaal is. De mevrouw is ongeveer 60. Ze was al longpatiënt. Ze is midden in de nacht binnengekomen. Meteen naar spoedeisende hulp. De volgende ochtend is ze overgeplaatst bij ons op Longgeneeskunde. “Ik wil geen behandeling meer. Het is genoeg voor mij," zou ze gezegd hebben.

We kunnen amper contact met haar krijgen. "Ik ben zo moe, ik ben zo moe!" kermt ze de hele tijd. Haar hele lichaam is bezweet. Zeker weten of het doordringt wat we tegen haar zeggen, doe ik niet. Korte, gesloten vragen werken het best. "Heb je pijn?" Ze hoeft dan alleen maar 'ja' te knikken.

Samen met mijn collega doe ik mijn best om het mevrouw zo comfortabel mogelijk te maken. We wassen alleen haar armen en benen en trekken haar shirt niet uit. Geen gesjor, we proberen haar zo weinig mogelijk tot last te zijn. Wel of geen morfine? We bekijken de mogelijkheden voor pijnmedicatie en overleggen met artsen.

Met gepaste regelmaat gaan we langs om de patiënte en haar familie een luisterend oor te bieden, vragen te beantwoorden en praktische zaken te regelen. Het geeft me een goed gevoel om mensen zo goed mogelijk te begeleiden in deze fase.

Ik ben persoonlijk eigenlijk nog nooit met de dood geconfronteerd. De conciërge op school is de enige persoon die in mijn omgeving is overleden. Ik ben 18 en ik vind het toch wel heel vreemd om zo dicht bij de dood te zijn. En tegelijkertijd bekijk je het van een afstandje. Het lijkt me vreselijk om iemand te verliezen die dichtbij staat!

Aan het eind van de werkdag dragen we de patiënte over aan de avonddienst. Als ik een week later weer terugkom, ligt de mevrouw er niet meer. Mijn stage is 3 dagen in de week, dus er gaat steeds wat tijd overheen. Ik ben wel benieuwd hoe het haar is vergaan. Mijn collega’s vertellen erover in grote lijnen. Ik bekijk het bidprentje. Ze is rustig overleden.

Over Lieve 

Lieve van Roij is mbo-student aan de School voor Gezondheidszorg, ROC Tilburg (Verpleegkundige, BOL, niveau 4) en is net begonnen met een stage in het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg op de afdeling Longgeneeskunde.

Meer items over:   Zorg en welzijn

Reacties